SpaarStudio

Begrippenlijst

FIRE zit vol met termen die je nergens op school hebt geleerd. Hier leggen we ze stuk voor stuk uit in gewone taal — zonder dat je er financieel voor hoeft te zijn.

4%-regel
De 4%-regel komt uit Amerikaans onderzoek (de Trinity Study) en zegt: als je elk jaar 4% van je startvermogen opneemt (gecorrigeerd voor inflatie), gaat je geld historisch gezien minstens 30 jaar mee. Het is een vuistregel, geen garantie — bij heel vroeg stoppen kiezen mensen vaak een voorzichtiger 3% — 3,5%.
AOW
De AOW (Algemene Ouderdomswet) is het pensioen dat iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt vanaf de AOW-leeftijd van de overheid krijgt. Het is een vast basisbedrag per maand. Wie eerder wil stoppen, moet de jaren tot de AOW zelf overbruggen met eigen vermogen.
AOW-brug
Als je vóór je AOW-leeftijd stopt, krijg je nog geen AOW en meestal nog geen werkgeverspensioen. Die periode moet je volledig uit eigen vermogen betalen. De AOW-brug is het bedrag dat je daarvoor opzij hebt nodig, bovenop je gewone FIRE-vermogen.
Barista FIRE
Bij Barista FIRE stop je niet helemaal, maar werk je deeltijd of in een lichtere baan. Je vermogen hoeft dan minder groot te zijn, omdat je inkomen een deel van je uitgaven dekt. De naam verwijst naar het idee van een ontspannen bijbaan (zoals barista) puur voor het inkomen en bijvoorbeeld de zorgverzekering.
beschikbare premie
Bij een beschikbare-premieregeling legt je werkgever een afgesproken percentage van je salaris in, dat belegd wordt voor je pensioen. Hoeveel pensioen je uiteindelijk krijgt, hangt af van de beleggingsresultaten — anders dan bij oude regelingen met een gegarandeerd bedrag.
Box 3
Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat gaat over je vermogen: spaargeld, beleggingen en andere bezittingen, min je schulden. Boven een vrijgesteld bedrag (het heffingvrij vermogen) betaal je hierover belasting. De exacte berekening verandert regelmatig; onze Box 3-calculator gebruikt de actuele regels.
Coast FIRE
Coast FIRE is het moment waarop je al genoeg hebt opgebouwd dat rente-op-rente je vanzelf naar je FIRE-getal brengt tegen je pensioenleeftijd, zónder verder bij te storten. Je moet dan nog wel je eigen uitgaven verdienen, maar sparen voor later hoeft niet meer.
factor A
Factor A is het bedrag aan jaarlijks pensioen dat je dit jaar via je werkgever hebt opgebouwd. Je vindt het op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het wordt gebruikt om je jaarruimte te berekenen: hoe meer je al opbouwt, hoe minder ruimte je hebt om er met belastingvoordeel zelf bij te leggen.
FIRE
FIRE staat voor 'Financial Independence, Retire Early' — financieel onafhankelijk zijn en eerder stoppen met werken. Het idee: bouw genoeg vermogen op zodat het rendement daarop je uitgaven dekt. Werken wordt dan een keuze in plaats van een noodzaak. 'Eerder stoppen' hoeft niet; veel mensen willen vooral de vrijheid van die keuze.
FIRE-getal
Je FIRE-getal is het bedrag waarbij je rendement (de opbrengst van je vermogen) genoeg is om elk jaar van te leven, zonder dat je vermogen opraakt. Vuistregel: je jaaruitgaven keer 25. Geef je €30.000 per jaar uit, dan is je FIRE-getal ongeveer €750.000.
franchise
De franchise is een vast bedrag van je salaris waarover je geen aanvullend pensioen opbouwt, omdat je daarvoor later de AOW krijgt. Pensioen bouw je alleen op over het deel van je salaris bóven de franchise (de 'pensioengrondslag'). Een hoge franchise betekent dus minder pensioenopbouw.
geografische arbitrage
Geografische arbitrage houdt in dat je je vermogen opbouwt in een duur land en het uitgeeft in een goedkoper land. Omdat je uitgaven dalen, daalt ook je benodigde FIRE-getal. Sommige landen kennen daarnaast gunstige belastingregels voor nieuwkomers (zoals het NHR-regime in Portugal).
indexfonds
Een indexfonds volgt automatisch een mandje aandelen, bijvoorbeeld alle grote bedrijven ter wereld. Er komt geen dure fondsbeheerder aan te pas die aandelen uitkiest, dus de kosten zijn laag. Het is de meest gebruikte bouwsteen voor FIRE-beleggers.
inflatie
Inflatie is hoeveel de prijzen gemiddeld per jaar stijgen. Bij 2% inflatie kost wat nu €100 is, volgend jaar €102. Je geld wordt dus elk jaar iets minder waard. Daarom is sparen alleen vaak niet genoeg: je vermogen moet meegroeien met de inflatie om je koopkracht te behouden.
jaarruimte
Jaarruimte is hoeveel je in een bepaald jaar fiscaal aftrekbaar mag inleggen in een lijfrente of pensioenproduct, als je niet genoeg pensioen via je werk opbouwt. Je trekt die inleg af van je inkomen en betaalt er nu minder belasting over. De ruimte hangt af van je inkomen en je pensioenopbouw (factor A).
koopkracht
Koopkracht is wat je met je geld kunt kopen. Door inflatie daalt je koopkracht: met hetzelfde bedrag koop je over tien jaar minder dan nu. Bij FIRE-berekeningen kijken we naar koopkracht (reële bedragen), zodat je weet wat je vermogen waard is in de boodschappen van vandaag.
lijfrente
Een lijfrente is een spaar- of beleggingsrekening speciaal voor extra pensioen. Je inleg trek je af van je inkomen (binnen je jaarruimte), dus je betaalt er nu minder belasting over. Het geld zit vast tot je pensioen en je betaalt later belasting bij het opnemen — meestal tegen een lager tarief.
lopende kosten (TER)
De TER (Total Expense Ratio) is het percentage dat een beleggingsfonds elk jaar aan kosten inhoudt, bijvoorbeeld 0,2%. Het lijkt klein, maar over tientallen jaren kost een hoog kostenpercentage je veel rendement, omdat je ook rente-op-rente over dat geld misloopt. Goedkope indexfondsen hebben een lage TER.
lump sum
Lump sum beleggen is een heel bedrag in één keer inleggen. Historisch levert dit gemiddeld iets meer op dan gespreid instappen, omdat je geld langer in de markt zit — maar het voelt risicovoller, omdat je net op een top kunt instappen.
maandelijks beleggen (DCA)
Dollar Cost Averaging (DCA) betekent dat je met vaste bedragen op vaste momenten belegt, bijvoorbeeld elke maand €200. Je koopt dan soms duur en soms goedkoop, waardoor je instapmoment minder belangrijk wordt. Het tegenovergestelde is 'lump sum': een groot bedrag in één keer beleggen.
Monte Carlo-simulatie
Een Monte Carlo-simulatie rekent je plan niet één keer door met een vast rendement, maar duizenden keren met telkens andere, willekeurige beursjaren (goede en slechte). Zo zie je in welk deel van die toekomsten je geld het volhoudt — een 'slaagkans' van bijvoorbeeld 90%. Realistischer dan rekenen met één gemiddeld rendement.
noodfonds
Een noodfonds (of buffer) is geld dat je makkelijk kunt opnemen voor onverwachte uitgaven: een kapotte wasmachine, baanverlies of een medische rekening. Vuistregel is 3 tot 6 maanden vaste lasten. Met een noodfonds hoef je je beleggingen niet op een slecht moment te verkopen.
opnamepercentage
Het opnamepercentage (in het Engels: Safe Withdrawal Rate, SWR) is hoeveel je elk jaar van je vermogen opneemt om van te leven. Bij 4% neem je van €1.000.000 dus €40.000 per jaar op. Hoe lager het percentage, hoe veiliger je geld lang meegaat — maar hoe meer vermogen je nodig hebt.
pensioengat
Een pensioengat is het tekort tussen je verwachte pensioeninkomen (AOW plus werkgeverspensioen) en het inkomen dat je later wilt. Niet iedereen bouwt via de werkgever genoeg op — bijvoorbeeld zzp'ers of mensen die van baan wisselden. Het gat kun je zelf aanvullen, bijvoorbeeld via een lijfrente.
reëel rendement
Reëel rendement is je rendement gecorrigeerd voor inflatie. Lever je belegging 7% op en is de inflatie 2%, dan is je reële rendement ongeveer 5%. We rekenen op SpaarStudio standaard in reëel rendement, zodat alle bedragen in de koopkracht van vandaag staan.
rente-op-rente
Rente-op-rente (of samengestelde rente) betekent dat de opbrengst van je vermogen er weer bij komt, en het jaar daarop óók rendement oplevert. Daardoor groeit je vermogen niet rechtlijnig maar steeds sneller. Dit is de motor achter FIRE: het grootste deel van je eindvermogen komt uit rendement, niet uit je eigen inleg.
spaarquote
Je spaarquote is welk percentage van je netto-inkomen je spaart of belegt. Verdien je €3.000 en houd je €600 over, dan is je spaarquote 20%. Het is de belangrijkste knop die je zelf in handen hebt: hoe hoger je spaarquote, hoe sneller je financieel vrij bent.

Term gevonden, en nu?

Gevonden wat je zocht? Reken het meteen door met een van de tools. Weet je niet waar je moet beginnen, doe dan de mini-diagnose — in 60 seconden weet je je persoonlijke FIRE-datum.